Componisten/uitvoerenden: Albertus Groneman | Carl Philipp Emanuel Bach | Christian Friedrich Ruppe | Samuel Wesley | Wolfgang Amadeus Mozart
Ook in de klassieke tijd is er her en der orgelmuziek geschreven.
Het orgel. Je kunt er wel of niet van houden, maar het is een geweldig instrument. Eén enorm instrument dat de klankmogelijkheden en het volume van een heel orkest heeft. Een instrument ook waar je je eindeloos in kunt verdiepen, want geen twee orgels zijn hetzelfde. Een instrument bovendien waarbij de muziek staat of valt met de keuze van de zogenaamde registers: maak je de verkeerde keuze, dan komt de mooiste muziek niet tot leven, maar beheers je de kunst van het registreren, dan kun je er bijna mee toveren.
Voor liefhebbers van orgelmuziek is er één nadeel. Organisten schrijven hun muziek meestal niet op. Een belangrijk deel van hun baan is namelijk om te improviseren, dus als ze muziek nodig hebben verzinnen ze die ter plekke. Gelukkig zijn er nog genoeg redenen waarom orgelstukken toch worden opgeschreven: als didactisch materiaal, in opdracht van een broodheer of om voor het nageslacht te bewaren.
In dit programma horen we orgelcomposities van verschillende componisten. We horen bijvoorbeeld een sonate van Carl Philipp Emanuel Bach. De “Berlijnse Bach” schreef het werk voor prinses Amalia van Pruisen. Amalia was muzikaal (ze heeft zelf ook meerdere composities op haar naam staan) en had zelf een orgel. Virtuoos was ze echter niet: pedaal en moeilijke loopjes waren uit den boze. Voor een componist van het formaat van Carl Philipp Emanuel is dat geen bezwaar: hij weet ook binnen die grenzen briljante werken te schrijven.
Ook horen we orgelmuziek uit Nederland. Geen kerkmuziek, al heeft deze muziek zonder twijfel buiten de diensten om in de kerk geklonken. Allebei de stukken komen van Duitse importcomponisten: Albertus Groneman en Christian Ruppe. Bijzonder aan de sonate van Groneman is dat ze gespeeld wordt door Gert Oost, de musicoloog-organist die deze stukken herontdekte en heruitgaf.
Aan de andere kant van de Noordzee, in Engeland, leidde het orgel zijn eigen leven. Sowieso vind je daar een ander type orgel (een wetenschap apart, waar we hier niet op zullen ingaan) en de anglicaanse kerktraditie vraagt zo haar eigen muziek. Samuel Wesley (niet te verwarren met zijn zoon Samuel Sebastian Wesley, die ook componist werd en wiens werk tot de romantiek hoort) schreef onder meer een aantal voluntary’s. Dit door en door Engelse genre was al meer dan een eeuw oud maar ging met zijn tijd mee. Wesley stopt het stuk vol met de opwekkende muziek die zo typisch is voor zijn tijd.
De hoofdmoot van dit programma is voor Wolfgang Amadeus Mozart. Op zich is dat logisch, want het orgel was zijn lievelingsinstrument, nog vóór de piano. Maar het is ook vreemd, want Mozart heeft – zie boven – nauwelijks een compositie voor orgel solo nagelaten. Daarom draaien we dit uur drie van zijn epistelsonates. Hierin speelt het orgel samen met een strijkorkest. Meestal beperkt het orgel zich tot een baslijn en akkoorden, maar soms breekt het uit die rol en krijgt het uitgebreide solostukken. Mozart schreef tussen 1772 en 1780 zeventien van deze stukken; de drie sonates die we hier horen stammen uit verschillende jaren.
Maar de blikvanger is toch wel een ander stuk van Mozart. In 1790 schreef hij een paar stukken voor mechanisch orgel, in het Duits Flötenuhr genoemd. Dat was (of is) een orgelwerk dat door een cilinder wordt aangestuurd. In Wenen had een zekere graaf Deym zo’n ding laten bouwen, in een mausoleum voor veldmaarschalk Loudon. Elk uur klonk er een plechtige treurmuziek; de cilinder wisselde wekelijks. Mozart vond het maar niets. Omdat de luchttoevoer van een opwindmechanisme komt, was het niet mogelijk om diepe baspijpen aan het instrument toe te voegen. Die zouden zoveel lucht vragen dat de veer al was afgelopen nog vóór het stuk ten einde liep. Het resultaat, een orgel met enkel kleine pijpen, klonkt Mozart erg kinderachtig in de oren. Toch zijn de stukken die hij voor dit instrument schreef allesbehalve popperig. De Fantasie in f, KV 594 begint met een intens chromatische inleiding in de empfindsame stijl. Dan klinkt er een zalig allegro in majeur. Alle ellende lijkt even vergeten – tot het adagio en de mineurtoonsoort weer terugkeren. Het orgelwerk van Deym bestaat allang niet meer, de bijbehorende cilinders evenmin. Dankzij een negentiende-eeuwse weldoener die de cilinders heeft overgeschreven is het stuk echter niet verloren gegaan, en kan het nu door organisten van vlees en bloed worden gespeeld.
Afspeellijst
1. Carl Philipp Emanuel Bach, Orgelsonate in F, Wq. 70/3
2. Albertus Groneman, Sonate in e
3. Christian Friedrich Ruppe, Rondo allegretto
4. Wolfgang Amadeus Mozart, Epistelsonate in Bes, KV 68
5. Wolfgang Amadeus Mozart, Epistelsonate in C, KV 263
6. Wolfgang Amadeus Mozart, Epistelsonate in C, KV 336
7. Samuel Wesley (sr.), Voluntary in D, opus 6 nr. 8
8. Wolfgang Amadeus Mozart, Fantasie in f, KV 594
Uitvoerenden
Herbert Tachezi (1)
Gert Oost (2)
Leo-Hans Korneef (3)
Wiener Akademie; Martin Haselböck (directie en orgel) (4-6)
Jennifer Bate (7)
Christiaan Ingelse (8)